Duurzame inzetbaarheid

In mijn werk als loopbaancoach hoor en lees ik bijna elke dag wel iets over duurzame inzetbaarheid. ‘Zorg dat je als medewerker duurzaam inzetbaar blijft’, ‘kijk naar de toekomst’, ‘kun je fysiek blijven doen wat je nu doet’ etc.

Technologische veranderingen

Duurzame inzetbaarheid is een hot topic vanuit de gedachte dat we allemaal langer blijven doorwerken, door de snelle technologische veranderingen en daarmee de grote kans dat het werk dat je nu doet op langere termijn niet meer bestaat in deze vorm.

Hadden de babyboomers nog een baan voor het leven, de huidige starters op de arbeidsmarkt hebben 1 zekerheid, nl. dat de veranderingen elkaar (steeds sneller) blijven opvolgen. Anticiperen op wat komen gaat, is dan ook heel belangrijk. Maar hoe doe je dat eigenlijk? En hoeveel zorgen moeten we ons nou eigenlijk maken?

werkenHet ene moment hoor ik een bericht op BNR radio dat de technologie in de zorg al heel ver is, maar dat het gebrek aan geld het invoeren van al deze technologieën nog niet mogelijk maakt. Om vervolgens in een discussieprogramma te horen dat het zo’n vaart nog niet zal lopen met de robotisering.

Wat is nou waar?

Allebei…… waarschijnlijk, maar zeker weten doe ik het ook niet.

En hoe erg is het dat de technologie zich verder blijft ontwikkelen? Ik moet er toch niet aan denken dat ik nog correspondeer via een brief die ik heb getypt op een elektrische typemachine. Dat ik met het honderdduizendstraten boek op schoot de weg probeer te vinden. Of dat ik van de week had moet wachten op de ochtendkrant om te kijken of de Brexit wel of geen feit is. Dat ik niet even kan bellen vanuit de file om te vertellen dat ik wat later ben. Hoe prettig is het dat ik ’s avonds m’n koffie bestel en morgen in huis heb? Ik op elk moment van de dag m’n financiën kan checken en dat ik online kaartjes kan bestellen van de film die ik graag wil zien en zo niet meer in de lange rij voor de kassa hoef te wachten.

Hoeveel sneller kunnen we nog?

Ik zie alleen ook wel een nadeel aan alle technologische veranderingen, nl. dat het allemaal steeds sneller gaat. Een nadeel, omdat ik me afvraag in hoeverre wij nog veel sneller kunnen. Uit onderzoek is gebleken dat mensen die continue online zijn veel vaker last hebben van vermoeidheidsklachten, dan mensen die ook regelmatig (bewust) offline zijn. De hersenen hebben nou eenmaal af en toe rust nodig, en niet alleen als we slapen. Het (langdurig) verzuim veroorzaakt door psychische klachten neemt schrikbarend toe. De 24-uurs economie, we vinden het allemaal prettig dat we ook op zondag gewoon boodschappen kunnen doen, eist zijn tol.

Hoe wenselijk is dit nou allemaal? Zijn we er gelukkiger op geworden? Of alleen maar gehaaster? Omdat alles binnen handbereik is of lijkt, willen we het ook allemaal. Kijk op Facebook hoe leuk we het allemaal hebben, zie de berichten op LinkedIn hoe fantastisch we zakelijk allemaal zijn, om Instagram niet te vergeten, waar we, gefotoshopt, er goed uit zien.

Soms word ik er zelf best wel moe van en verlang ik naar een zondagmiddag waarin niets moet en alles mag.

slapende krokodil

Maar dat kan niet, want dan moet ik nadenken over mijn eigen duurzame inzetbaarheid. Ik vraag mezelf regelmatig af of ikzelf eigenlijk het werk wat ik nu doe, wel kan blijven doen tot aan mijn pensioen (wanneer die ook moge zijn)? Ik denk nu dat ik best een eind kom, maar ja, struikelen 5 tot 10 jaar voor de finish is ook geen pretje, weet ik uit ervaring met het intensief begeleiden van 55-plussers naar ander werk.

Hoe zorg ik dan dat ík duurzaam inzetbaar blijf, mijzelf niet buitenspel zet, mij niet afhankelijk maak van de grillen van de werkgever en hetzelfde lot onderga als menig werkloze ‘oudere’? In een eerdere blog ‘ hoe ziet jouw toekomst eruit’, heb ik het ook al aangehaald. Toen wist ik het antwoord niet en nu helaas nog steeds niet. Ik denk alleen wel dat door regelmatig mijzelf te blijven ontwikkelen, de trends in de markt bij te houden en daarop mee te bewegen, ik waarschijnlijk niet over 20 jaar nog hetzelfde doe als nu, maar ik dan wel nog steeds dat doe wat ik tof vind om te doen. En wat dat dan precies is? Ik weet het niet, ik vertel het je over 20 jaar.

 

Hoe zit het met jouw duurzame inzetbaarheid?

 duurzame inzetbaarheid

                      

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *